Dialoog: Wanneer hou je van iemand?
Samenvatting
De dialoog onderzocht de vraag wanneer hou je van iemand? en kwam uit op een aantal voorzichtige conclusies. Houden-van bestaat — niet als iets tastbaars dat ruimte inneemt, maar wel zichtbaar in zijn effecten, vergelijkbaar met onzichtbare objecten in de ruimte die je alleen kent door de rimpels die ze veroorzaken. Het verschil tussen “van iemand houden” en “houden-van” als levenshouding bleek bij nadere beschouwing minder scherp: dezelfde grondhouding kan zich op één persoon of op iets veel groters (een bos, het leven zelf) richten. Houden-van lijkt universeel — het komt in alle culturen voor — maar de gedragsvormen die eraan worden gekoppeld, zijn cultureel bepaald en steunen op afspraken. Een belangrijk spanningsveld dat in het laatste deel naar voren kwam, is de verhouding tussen houden-van en angst: angst voor verlies kan samengaan met liefde en is mogelijk zelfs de prijs ervan, terwijl angst voor de geliefde zelf — of een machtsrelatie tussen beiden — het houden-van juist uitsluit. Het beeld dat aan het eind opdook: houden-van proberen te vatten is als een regenboog in een jampotje vangen — iets te groots om volledig in woorden te krijgen, hooguit te benaderen.
Filosofische vragen
De volgende vragen werden ingebracht:
- Mag je genieten van een lui moment?
- Wat is vriendschap?
- Hoe zinvol is het om je bezig te houden met problemen waar je geen invloed op hebt?
- Hoe ga je om met geld?
- Wanneer hou je van iemand?
- Waarom moeten we overal een mening over hebben?
De vraag die behandeld wordt: Wanneer hou je van iemand?
Methoden
Binnen Socratic Design zijn vier methoden beschikbaar: definities, subvragen, vooronderstellingen en een casus. Er werd gekozen voor een combinatie: eerst een casus om het abstracte begrip concreet te maken, daarna een onderzoek van de vooronderstellingen achter de vraag.
De casus die werd ingebracht: een herinnering aan een festival in België, op zestienjarige leeftijd. Een onbekende band (Lamb) trad op. De zangeres maakte zo’n indruk dat er een sterk gevoel van houden-van opwelde — gericht op iemand die alleen maar stond te zingen voor drieduizend mensen, niet specifiek voor de toeschouwer. Op latere bezoeken aan dezelfde band kwam dat gevoel nooit meer met dezelfde intensiteit terug.
De vooronderstellingen die worden onderzocht:
- Er bestaat zoiets als houden-van
- Je kunt van iemand houden
Dialoog
De casus
Het verhaal begint bij een festival in België. Op zestienjarige leeftijd loopt iemand toevallig een tent binnen waar een onbekende band optreedt. De zangeres maakt een overweldigende indruk: muziek, energie, uitstraling, aanwezigheid — alles valt samen. Op dat moment komt er een sterk gevoel op dat lijkt op houden-van, gericht op iemand die er alleen maar staat te zingen voor een grote zaal. Niet voor deze ene toeschouwer in het bijzonder.
Wat maakt dat dit als houden-van werd ervaren? De ervaring is dat alles om diegene heen wegvalt en alleen het nu telt. Er is een volledig vertrouwen — als die persoon op dat moment zou zeggen “laten we de revolutie beginnen”, zou het antwoord ja zijn. Diegene werd op dat moment ervaren als helemaal goed, en alle goedheid werd op haar geprojecteerd.
Naderhand werd dezelfde band nog vele keren opgezocht, maar nooit meer met dezelfde intensiteit. Misschien hoort het bij de roes van de eerste keer, bij omstandigheden die toevallig samenvielen, bij een toestand van volledig openstaan en aanwezig zijn in het moment.
Wanneer — een moment of een staat van zijn?
De formulering “wanneer hou je van iemand” roept een tweedeling op. Het woord wanneer kan duiden op een tijdstip, een moment — maar ook op een hoedanigheid, een staat van zijn. Vermoedelijk werd dat tweede bedoeld.
Houden-van als staat van zijn — dat is herkenbaar. Maar is die staat dan altijd aanwezig, of zijn er onderbrekingen, momenten van twijfel? Wie kijkt naar een langdurige relatie ziet juist een aaneenschakeling van momenten, met allerlei fases daarin. Geen permanente toestand, maar iets waaraan gewerkt moet worden. Daarmee zou je kunnen zeggen dat de staat van zijn niets anders is dan die aaneenschakeling van momenten.
Vooronderstelling: er bestaat zoiets als houden-van
Bestaat houden-van eigenlijk wel? Een gesprek met een jong kind komt langs: iets bestaat pas als het ruimte inneemt. Een zandkorrel neemt ruimte in, dus bestaat het. Een mens ook. Maar wat dan met woorden? Daarop vraagt de vader terug: nemen die woorden dan ruimte in? Nee, antwoordt het kind. Dus die zijn ook niet. Daarmee weerlegt het kind zijn eigen stelling, want de woorden bestaan duidelijk wél — ze worden zojuist gebruikt.
Hetzelfde lijkt te gelden voor houden-van. Het neemt geen ruimte in, het is geen ding. Zit het in de mens of in de ander? Dat is niet te zeggen, want het neemt geen ruimte in. En toch is het iets.
Een puur materialistisch wereldbeeld — alles wat tastbaar en zichtbaar is, bestaat; de rest niet — zou ook angst en verdriet onbestaanbaar moeten verklaren. Dat lijkt onjuist; emoties bestaan wel degelijk, en hebben een energie die mensen kan sturen. Houden-van neemt misschien ruimte in op een andere manier: ruimte in het hoofd, in het hart, in de tijd. Wie rouwt, neemt tijd in beslag.
Een ander perspectief: misschien kan ‘houden-van’ op zichzelf niet direct worden waargenomen, maar alleen via zijn effecten. Vergelijkbaar met objecten in de ruimte die zelf onzichtbaar zijn, maar waarvan de aanwezigheid blijkt uit de rimpels die ze in hun omgeving veroorzaken. We zien gedrag, we zien de uitwerking en daaruit leiden we af dat er iets is.
Dat sluit aan bij een Platoonse gedachte: het houden-van als idee, dat buiten ons plaatsvindt en waarvan wij hier op aarde alleen de schaduwen waarnemen. En daarop volgt een aparte vervolgvraag: is dat misschien ook waar mensen op doelen die spreken over een liefhebbende god? Een onbaatzuchtige, alomvattende liefde die het menselijke overstijgt?
Tegelijk klinkt twijfel mee: houden-van is zo veelzijdig — het houden-van een kind, van een ouder, van een partner — dat de vraag of die verschillende vormen wel hetzelfde fenomeen zijn, open blijft. En kan onbaatzuchtige liefde eigenlijk wel bestaan, of zit er altijd een vorm van afhankelijkheid in?
De voorlopige conclusie: er bestaat zoiets als houden-van. Niet als ding, maar als iets dat zich toont in gedrag en in zijn effecten op mensen.
Vooronderstelling: je kunt van iemand houden
De formulering “van iemand houden” suggereert een tweedeling: houden-van één specifiek persoon (een vriend, een moeder, een geliefde) tegenover houden-van als levensattitude, een houding van liefde voor mensen in het algemeen.
Maar dat onderscheid loopt al snel in elkaar over. Wie die levensattitude heeft, projecteert die ook op specifieke mensen. En de afspraak om met juist deze ene persoon een liefdesrelatie aan te gaan — dat heeft iets cultureels, iets van een overeenkomst - ik ben met jou samen, ik heb met jou afgesproken geen intieme relatie met anderen aan te gaan, en daar hoort het bij om te zeggen “Ik hou van jou.”. Misschien is er op een gegeven moment even minder gevoel, misschien even meer voor iemand anders — maar de afspraak blijft staan.
Daarop volgt een tegenwerping vanuit een breder perspectief. In totaal andere culturen — bij Native Americans, bij nomaden in Mongolië — bestaat houden-van evengoed. Het verschijnsel zelf lijkt universeel. Wat cultureel verschilt, zijn de gedragingen die eraan worden gekoppeld; wat geldt als trouw, wat als overspel, welke afspraken erbij horen. Maar dat er iets is dat houden-van heet, lijkt overal te bestaan.
Een wandeling door de duinen levert nog een uitbreiding op. Bij het zien van mooie groene bomen welt een gevoel van houden-van op. Thuiskomen bij een partner geeft iets soortgelijks, maar van een andere aard. Twee verschillende ervaringen, en toch beide herkenbaar als houden-van. Wat dat suggereert; het houden-van zit in de mens zelf. Het kan getriggerd worden door iets buiten — een zangeres, een bos, een partner — maar de bron ligt binnen.
Dat opent een ruimere vooronderstelling: je kunt niet alleen van iemand houden, maar ook van iets. Van een bos bijvoorbeeld. En dat brengt het gesprek terug bij de onbaatzuchtige liefde, want van een bos verlang je niets terug. Er is geen wederkerigheid nodig. Het zou zelfs vreemd zijn die te verwachten. De liefde komt uit de mens voort en heeft geen antwoord nodig om te bestaan.
Vooronderstelling: houden-van en angst
Daarop volgt een uitbreiding: kunnen houden-van en angst tegelijkertijd bestaan? De eerste suggestie luidt: nee. Wie van iemand houdt, kan niet tegelijk bang zijn voor diegene. Een afhankelijkheidsrelatie waarin iemand bang is voor de ander — een vader bijvoorbeeld — is geen zuivere vorm van houden-van.
Maar de angst om iemand te verliezen is een andere zaak. Juist omdat de liefde zo sterk is, kan de angst voor verlies enorm zijn. Een vrouw zei bij de geboorte van haar eerste kind dat ze het verschrikkelijk vond: vanaf nu zou ze altijd bang zijn haar zoon kwijt te raken. Die angst en die liefde gaan samen op. Misschien geldt hetzelfde voor mensen die van bomen en natuur houden: juist zij zijn banger voor verlies door klimaatverandering. De grootte van de rouw die je doorleeft bij verlies, is misschien wel de prijs die je betaalt voor de grootte van de liefde. En sommige mensen zijn bij voorbaat niet bereid die prijs te betalen en laten daarom de grote liefde niet toe.
Het onderscheid tussen twee soorten angst werd verder uitgewerkt. Angst om de geliefde te verliezen is iets anders dan angst voor de geliefde zelf. De eerste lijkt met houden-van samen te kunnen gaan, misschien er zelfs onlosmakelijk mee verbonden te zijn. De tweede sluit houden-van uit, of beperkt het op zijn minst.
Een vervolgvraag werd opgeworpen: wat doet angst met de openheid die nodig is om liefde te kunnen voelen? Wie bij voorbaat al niet wil openstaan uit angst voor verlies, sluit zichzelf af voor de mogelijkheid van houden-van. De openheid die in de casus van de zangeres zo sterk aanwezig was — volledig aanwezig in het moment, niets achterhoudend — staat haaks op een houding die zich uit zelfbescherming dichthoudt.
Op die manier kunnen angst en houden-van elkaar in beweging brengen: in het hier en nu kan het houden-van bestaan, maar zodra het denken vooruitschiet naar mogelijk verlies, dringt de angst zich op en valt het houden-van even weg. Houden-van vraagt om aanwezig zijn; angst is altijd op de toekomst gericht.
Daarna werd het begrip macht ingebracht als nieuwe nuance — wat later in de meta-reflectie als een wat te ruwe wending werd herkend. De vraag werd of houden-van mogelijk is wanneer de een macht heeft over de ander, of wanneer iemand zelf macht over een ander uitoefent. Het vermoeden was dat in een machtsrelatie of bij dwang er strikt genomen geen sprake meer is van houden-van.
Het werd concreet gemaakt met een herinnering: met een kind van drie of vier jaar bij een zebrapad lopen. Het kind wil oversteken, de ouder zegt: “Even wachten.”. Op dat moment heeft de ouder macht — letterlijk een hand op de schouder, een sturend gebaar. Maar dat is geen angstrelatie; het is zorg. De vraag is of macht-uitoefening in zo’n zorgzame vorm verenigbaar is met houden-van. Bij een ander voorbeeld — proberen je zin door te drijven bij een echtgenote — blijkt dat anders te liggen. Zodra er sturing in komt, verdwijnt het gevoel van houden-van, terwijl de angst om de relatie te verliezen juist kan wijzen op het voortbestaan ervan.
Samenvattend
Houden-van bestaat, maar laat zich moeilijk vastleggen. De ervaring is bijna alsof je een regenboog probeert te vangen in een jampotje — telkens als het lijkt vastgepakt, glipt het weer tussen de vingers door. Verschillende vormen — voor een kind, voor een geliefde, voor een bos, voor het leven zelf — lijken op elkaar en zijn toch verschillend. Wat in alle gevallen meespeelt: openheid, aanwezigheid in het moment, en het loslaten van de eis tot wederkerigheid.
Houden-van blijkt universeel, terwijl de vormen waarin het wordt geleefd cultureel bepaald zijn. Er komen afspraken bij kijken — en juist daar bleef een belangrijke subvraag liggen: wélke afspraken horen erbij, en hóé komen die tussen mensen tot stand? Die vraag werd tijdens de dialoog twee keer aangeraakt, maar niet uitgewerkt. Wel werd duidelijk dat liefde iets vraagt: ervoor openstaan, ervoor werken. Het komt niet vanzelf en blijft niet vanzelf.
De relatie met angst kreeg gedurende het gesprek meer reliëf: angst om de geliefde te verliezen kan samengaan met liefde — misschien is het er zelfs de prijs van. Angst voor de geliefde of in een machtsrelatie sluit houden-van daarentegen uit. Het ideale houden-van bestaat misschien niet, maar het laat zich benaderen.