Dialoog: Is het verstandig de seizoenen los te laten?
Samenvatting
De seizoenen kunnen niet werkelijk worden losgelaten: de mens is zelf natuur en draagt de cycli in zich. Wat als loslaten verschijnt — comfort, technologie, het hele jaar dezelfde producten — is een poging die haar eigen doel ondermijnt. Door de natuur te willen beheersen wordt het klimaat zo verstoord dat de seizoenen juist verder ontwrichten. Zowel verstandelijk als gevoelsmatig luidt de conclusie dat het onverstandig is de seizoenen los te laten zoals nu gebeurt. Een deel van het loslaten blijft verstandig waar het levensbedreigend zou zijn om vast te houden (wintersterfte). Maar zodra het loslaten louter comfort dient, slaat het door in verlies van verbinding — met de aarde, met elkaar, met onszelf. De vraag zelf is tijdsgebonden: dat loslaten überhaupt een keuze is, hoort bij deze tijd en plaats.
Filosofische vragen
Ingebracht werden:
- Hoeveel vrijheid kun je kinderen geven?
- Wat is zinvol werk?
- Kunnen we nu al rouwen om de wereld?
- Is het verstandig de seizoenen los te laten, zoals we nu doen?
- Hoe zorgen we dat iedereen erbij hoort?
De vraag die we behandelen is: Is het verstandig de seizoenen los te laten, zoals we nu doen?
Methode
De gekozen methode is het behandelen van vooronderstellingen: de aannames die onder de vraag liggen. Vijf werden er vastgesteld:
- Het verstand heeft iets te zeggen over het loslaten (het woord “verstandig” zit in de vraag).
- Er is iets zoals een seizoen.
- Er is iets dat losgelaten kan worden.
- Er zijn meerdere seizoenen.
- Voorheen lieten we de seizoenen niet los (“zoals we nu doen” impliceert een breuk met vroeger).
Het onderzoek begint bij vooronderstelling 4 (er zijn meerdere seizoenen), gaat door naar vooronderstelling 3 (er is iets dat losgelaten kan worden), en komt later terug bij vooronderstelling 1 (verstand en loslaten). De startvraag zelf wordt aan het slot direct behandeld.
Dialoog
Er zijn meerdere seizoenen
Het denken begint bij de boom. Aan een boom is af te lezen dát er seizoenen zijn: het blad is groen of geel, zit vast of valt af. De boom doorloopt een vaste cyclus met vier stadia, en die stadia heten de seizoenen. Storm of droogte kan een stadium verstoren, maar het jaar daarop wordt de cyclus weer opgepakt. Die continuïteit maakt het tot seizoenen.
Dan kantelt iets. De vanzelfsprekende aanname is dat de cyclus van de boom een gevolg is van de seizoenen. Maar het kan ook andersom: misschien ís de cyclus van de boom hetgeen dat de seizoenen zijn. Zien we het gevolg van de lente, of zijn de blaadjes aan de bomen de lente zelf? Voor de vooronderstelling maakt het niet uit — in beide gevallen zijn er seizoenen — maar het verschuift het beeld van wat een seizoen is.
Naast de natuurseizoenen bestaan er andere: regenseizoen, toeristenseizoen, skiseizoen, festivalseizoen. In Amsterdam is het zelfs het hele jaar toeristenseizoen. De vraag wordt bijna semantisch. Toch zijn al deze varianten terug te voeren op het weer en wat dat doet op een plek; de afgeleide seizoenen hangen aan de natuurseizoenen vast.
Conclusie: er zijn meerdere seizoenen.
Er is iets dat losgelaten kan worden
Amsterdam toont dat een omgeving het seizoen kan loslaten: de stad trekt het hele jaar toeristen, los van het klimaat. Er ís dus iets dat losgelaten kan worden. Maar zelfs binnen dat altijd-seizoen sluipt het seizoen terug — het Amsterdam Dance Event hoort bij de herfst, ijssalons worden in de winter snertkramen.
Het loslaten is bovendien diep menselijk. De mens is kwetsbaar: geen klauwen, geen vacht. Loslaten is bescherming tegen kou en storm, in de kern een poging tot overleven.
Maar hier stuit het denken op een fundamenteel bezwaar. De mens is zelf natuur; de seizoenen gaan door hem heen. Je kunt niet loslaten waar je deel van uitmaakt. Dat dwingt een onderscheid af: in de grondlaag — lichaam, ritme, cycliciteit — is loslaten onmogelijk; in de uiterlijke vorm — huizen, kleding, kassen, medicijnen — lijkt het wél te kunnen. De mens laat de seizoenen tegelijk wél en niet los.
Daar zit een ironie. Juist de poging om los te laten — technologie, ananas en aardbeien in december, import over de hele aarde — verstoort het klimaat op zo’n schaal dat het systeem zelf ontregelt. Smelt de Noordpool en valt de Golfstroom stil, dan dreigt hier een nieuwe ijstijd, en dus géén seizoenen meer. De natuur straft niet; maar de poging tot controle heeft een onbedoeld effect dat de controle juist ondermijnt.
Is het verstandig?
Daarmee tekent het antwoord zich af: het is niet verstandig de seizoenen los te laten zoals nu gebeurt. De gevolgen reiken breed — klimaat, duurzaamheid, werk- en woonomstandigheden. De aarde overleeft het wel en blijft schommelen, maar de mens lijdt eronder. Op kleine schaal vraagt het om onderscheid: laat los wat de veiligheid of gezondheid dient, houd vast wat de mentale gezondheid en de onderlinge verbinding dient.
Want loslaten kost ook verbinding. Wanneer alles altijd hetzelfde is, ontstaat homogeniteit in het bewustzijn. Samenleven met de seizoenen — leven van wat de aarde op dat moment geeft — schept verbinding. Het verlies van seizoenen is dus niet alleen materiële schade. De natuur geeft het juiste op het juiste moment: seizoensgroenten met de vitamines die passen bij dat seizoen. De afwisseling zelf is waardevol.
Verstand en gevoel
Is dit een verstands- of een gevoelsvraag? Op het eerste gezicht splitst het: het gevoel wil de seizoenen voelen en meemaken, want de mens is een dier; het verstand wil driedubbel glas, cv en aardbeien in december, want dat is handig.
Maar dat onderscheid valt grotendeels weg. Ook het verstand wijst, gezien alles wat gezegd is, naar niet te ver loslaten — te ver afduwen bedreigt ons. En het gevoel kent óók een drang tot loslaten: de behoefte aan comfort, keuze en voortdurende beschikbaarheid, mogelijk gevoed door het kapitalistische idee dat meer en sneller altijd beter is.
Casus uit de bergen
Een herinnering verdiept het denken. Een bergdorp, een strenge winter met veel sneeuw. Als de sneeuw eindelijk wegtrekt, verschijnt er een spinazie-achtige groente, gegeten met zout. Thank God, we hebben de winter overleefd — geen beleefdheid, maar oprechte dank, want het niet overleven is reëel. Het seizoen verbindt met de aarde en met het besef dat de natuur opnieuw iets geeft. Wie écht in het seizoen leeft, voelt die verbinding.
Dat herijkt de vraag. Voor wie een levensbedreigende winter doormaakt, is loslaten verstandig — het vergroot simpelweg de kans de lente te halen. Maar waar loslaten enkel nog comfort dient — wel of niet een warme trui — wordt het gemak in plaats van noodzaak, en richt het schade aan. Tegelijk valt dat moeilijk te zeggen tegen wie nu zijn huis isoleert om de volgende winter beter door te komen. De grens tussen comfort en noodzaak is niet hard.
Hieruit komt een conclusie die als kern kan staan: het is verstandig de seizoenen los te laten wanneer vasthouden levensbedreigend is, en verstandig ze vast te houden wanneer loslaten levensbedreigend wordt.
De vraag achter de vraag
Waar komt deze vraag eigenlijk vandaan? Het stellen ervan voelt al als een gevoelsvraag — alsof er teveel wordt losgelaten en dat niet zou moeten. Welk gevoel is dan zo krachtig dat er, ondanks alles, tóch wordt losgelaten? Het fijne gevoel van keuze, comfort, altijd over alles kunnen beschikken. De echte vraag is misschien niet óf het verstandig is, maar wat verloren gaat wanneer alles voortdurend voorhanden is.
Wat steeds terugkeert, is verbinding — met de aarde, met elkaar, met het moment. Juist dat niet alles meteen beschikbaar is, maakt verbinding mogelijk. Seizoenen laten anticiperen en af en toe ontberen. Een lange winter maakt de zomer kostbaar; een warme trui maakt de kou draagbaar. Dat is een makkelijke opmerking vanuit een positie mét trui — niet iedereen heeft die. Maar binnen die positie is meer terug naar de natuur — niet álle comfort loslaten, wel contact houden — een gezonde richting.
Slotnotie
Dat loslaten een keuze ís, zegt iets over de huidige situatie. Waar loslaten geen optie is omdat het over overleven gaat, is de vraag geen vraag. De vraag zelf is dus tijdsgebonden, en gebonden aan een plaats waar het loslaten überhaupt mogelijk is geworden.