Verslag Socratische Dialoog: Wat is een Castricummer?

Inleiding

Deze socratische dialoog vond plaats in de raadzaal van Castricum op 12 december 2025. De deelnemers verkenden gezamenlijk de vraag wat het betekent om een Castricummer te zijn, waarbij verschillende perspectieven op gemeenschap, thuisgevoel en vooroordelen aan bod kwamen. De dialoog werd gemodereerd volgens de socratische methode, waarbij vanuit concrete ervaringen naar algemene inzichten werd toegewerkt.

Vragenronde

De deelnemers formuleerden de volgende vragen:

  • Waarin zijn we hetzelfde?
  • Wat kunnen we doen om mensen tevreden te maken?
  • Waar komt die ontevredenheid vandaan?
  • Hoe creëren we meer rust in Castricum?
  • Hoe zouden we zelf zorg kunnen bieden aan elkaar?
  • Wat is een Castricummer? (gekozen vraag)

De groep koos voor de vraag “Wat is een Castricummer?” omdat deze vraag aansloot bij de ervaringen en zorgen die in de introducties naar voren kwamen over verbondenheid, gemeenschap en thuisgevoel in Castricum.

Gedeelde ervaringen

Voordat de groep één ervaring uitkoos om dieper op in te gaan, deelden deelnemers verschillende situaties:

Ervaring 1 (gekozen ervaring): Een deelnemer vertelde over de eigenaar van de legerdump in Castricum, met wie een prettig gesprek ontstond. Bij het ontdekken dat deze ondernemer in Castricum woonde, ontstond het gevoel dat dit dan wel de uitzondering moest zijn, omdat de rest van Castricum volgens het vooroordeel anders zou zijn.

Ervaring 2: De deelnemer had een ervaring dat het voor veel mensen vooral om geld gaat in Castricum en niet om familie of verbinding.

Ervaring 3: Een deelnemer werd gebeld door een oude bekende die zei “Oh, Castricum, dat is op stand wonen.” Deze opmerking was niet te begrijpen voor de deelnemer, die zich afvroeg waar dit idee vandaan kwam en het verschil niet zag met andere plaatsen.

Ervaring 4: Bij het Castricum aan Tafel diner werd kennisgemaakt met twee mannen die twee maanden eerder uit Gaza waren gevlucht. Aan het einde van de avond werden zij uitgezwaaid naar hun auto richting hun sobere opvang, waarna de deelnemer met een gevoel van schaamte naar het eigen warme gezin en mooie huis terugkeerde.

Ervaring 5: Een deelnemer belde aan bij de voordeur van een huis in Castricum om iets op te halen via Marktplaats. Er werd opengedaan en direct gezegd: “Hier in Castricum gaan we achterom.” De deelnemer voelde zich onterecht terechtgewezen, omdat het uit goede intentie was om aan de voordeur aan te bellen. Tegelijk werd een argument gevoeld van “zo doen wij dat in Castricum, zo uniek ben je niet.” De opening was stevig en hard, maar na een praatje ontstond er wel verzachting en kon er een gesprek plaatsvinden.

Verdieping van de gekozen ervaring

De groep koos ervaring 1 (de eigenaar van de legerdump) om verder uit te diepen, omdat hierin de kern van de vraag “Wat is een Castricummer?” het meest zichtbaar werd.

Context en achtergrond

De deelnemer woonde ruim vier en een half jaar in Castricum, maar was geboren in Schagen en had veertig jaar in Alkmaar gewoond. V oor de verhuizing naar Castricum bestond er al een vooroordeel: Castricum werd gezien als een slaapstad waar mensen alleen maar werken, met allemaal dezelfde gezinsstructuur. Het vooroordeel was dat er weinig connectie te vinden zou zijn omdat de meeste mensen een ander type leven leiden. De deelnemer was meer een stadsmens en vond Castricum niet echt een dorp en niet echt een stad. Met 23.000 inwoners en veel drukte voelde het voor de deelnemer als een “net niks situatie” - een stad heeft toffe uitgaansgelegenheden die Castricum mist, maar het gevoel van lekker buiten wonen miste het ook.

Het gesprek in de legerdump De deelnemer kwam regelmatig in de legerdump aan het einde van de Torenstraat om kleine dingen te kopen zoals sokken of kledingstukken. Met de eigenaar ontstond een gezellig gesprek over onderwerpen die beiden boeiden. De eigenaar had een lossere, minder burgerlijke kijk op de wereld en durfde meer out of the box te denken en te leven.

Het cruciale moment Op een gegeven moment vroeg de deelnemer waar de eigenaar vandaan kwam, omdat er absoluut geloofd werd dat hij niet uit Castricum kon komen. Toen bleek dat hij wel degelijk in Castricum woonde, ontstond er een complex gevoel. Eerst kwam de bevestiging: “Zie je wel, hij komt niet oorspronkelijk uit Castricum.” Maar toen hij vertelde dat hij nu wel in Castricum woonde, ontstond de vraag: “Waarom in godsnaam zou je hier nou willen wonen?”

Dit moment vormde de kern van de dialoog: “Toen ik hoorde dat hij ook in Castricum woonde…”

Individuele zinnen bij de gekozen ervaring

De deelnemers formuleerden hun gedachten, gevoelens en acties rond dit kernmoment “Toen ik hoorde dat hij ook in Castricum woonde…”:

Deelnemer 1: “Dacht ik: wat leuk dat er zo iemand in Castricum woont. Voelde ik: herkenning. Deed ik: leuk verder praten over dingen die in Castricum zijn, of dingen waar je woont.”

Deelnemer 2: “Dacht ik: en waar woon je dan? En heb je kinderen? Want dan weet je of je bij elkaar in de buurt woont en of je elkaar nog tegen gaat komen. V oelde ik: gewoon verbinding. Ik ben nieuwsgierig naar mensen, ik wil graag weten wie ze zijn en waar ze gaan wonen. Dan voel ik gelijk, oké leuk, dan kunnen we samenspelen.”

Deelnemer 3: “Een oordeel maakt mij ongelukkig. Onbekend maakt onbemind. Opletten op je eigen oordeel. Stad of dorp.”

Reflectie op projectie

De deelnemers ontdekten dat het gesprek net zoveel over de persoon zelf ging als over Castricum. Door iets negatiefs over Castricum te zeggen, ontstond een beeld van wat de deelnemer zelf zoekt in een plek om te wonen. Castricum werd vooral “de onbekende” - degene met het gezin dat om half zes aan tafel gaat en je de deur uitstuurt, maar vooral iemand die je niet kent. Er was een gevoel van weinig herkenning: “Oh ja, dit zijn mensen zoals ik.” De deelnemer had geen kinderen en een ander leefpatroon dan gemiddeld, en dacht daarom weinig connectie te kunnen vinden.

Gemeenschappelijke elementen

Tijdens het gesprek kwamen verschillende elementen naar voren die door meerdere deelnemers werden herkend:

Sterk benadrukte elementen:

  • Projectie van eigen verlangens: Hoe langer je iemand minder goed kent, hoe makkelijker het is om een oordeel te hebben. Zodra je iemand echt leert kennen en in gesprek gaat, vallen veel oordelen weg.
  • Het belang van eigen geschiedenis: Elke deelnemer reageerde vanuit de eigen achtergrond. “Ik kom uit Amsterdam en daarom reageer ik zo” of “Ik kom uit het Roergebied, daarom reageer ik zo.” Als we oordelen over de ander, voelen we zelf ook dat het komt vanwege wie ik ben.
  • Onbekend maakt onbemind: Een sterk terugkerend thema was dat Castricum voor sommigen vooral staat voor “de onbekende” - mensen die je niet persoonlijk kent en waarover je daarom makkelijker een oordeel hebt.
  • De relativiteit van identiteit: Wat maakt iemand tot een “-ummer”? Of dat nu Castricummer, Haarlemmer of Amsterdammer is - het is een constructie. In het Roergebied bijvoorbeeld zijn vrijwel alle families in de tweede of derde generatie geïmmigreerd voor werk. Wie kan dan zeggen “ik hoor hier en jij niet”?

Overige elementen:

  • De spanning tussen verwachtingen en realiteit van een gemeenschap
  • Ongeschreven sociale regels en sociale controle
  • Het gevoel van wel of niet thuishoren
  • De invloed van geografische en demografische kenmerken op gemeenschapsgevoel
  • Het verschil tussen afkomst en woonplaats

Algemene regels

Aan het einde van de dialoog formuleerden de deelnemers algemene regels in de vorm van “als… dan” uitspraken:

  • “Ken uzelf” - Als je jezelf kent, dan begrijp je de hele wereld. Deze wijsheid van het orakel van Delphi vormde de kern: als we oordelen over de ander, dan zegt dat vooral iets over wie wijzelf zijn en wat wij zoeken in het leven.
  • Als ik een ander ontmoet, dan zegt mijn oordeel over de ander eigenlijk geheel en uitsluitend iets over mezelf.
  • Als ik een persoon echt leer kennen uit Castricum, dan kloppen de meeste oordelen in mijn eigen hoofd niet.
  • Als je aanvaardt dat het leven in Castricum imperfect is, dan zou dat meer rust en tevredenheid kunnen geven.
  • Als je uit een dorp komt, voel je meer verbondenheid - omdat dat nodig is.
  • Als ik zoek naar de overeenkomsten tussen mij en een Castricummer, mag ik mijn vooroordelen verminderen.
  • Als je je thuis voelt, dan voel je herkenning.

Spandoekteksten

Als afsluitende wijsheid formuleerden de deelnemers korte, krachtige uitspraken die de essentie van het gesprek vangen:

  • “Ken uzelf”
  • “Hoe ben je?” (in plaats van “Wie ben je?”)
  • “Ontmoet elkaar”
  • “Iedereen hoort erbij”
  • “Waar kom je vandaan?”

Afsluitende reflectie

Een deelnemer deelde ter afsluiting een persoonlijk verhaal dat de kern van het gesprek raakte. In het Ruhrgebied, waar deze deelnemer vandaan komt, was honderd jaar geleden vrijwel niets - moeras met enkele dorpen en wegen. Toen kwam de industrie en kwamen de mensen. De voorouders van deze deelnemer waren migranten, geen bootvluchtelingen, maar mensen die gewoon van elders kwamen omdat ze geen droog brood konden verdienen waar ze woonden. Niemand in het Ruhrgebied kan zeggen “ik hoor hier en jij niet” - iedereen is in de tweede of derde generatie geïmmigreerd. Dit besef maakte dat de deelnemer zich kon verhouden tot de vraag “wat is een Castricummer” op een andere manier: wie zijn wij om te bepalen wie ergens hoort en wie niet?

Deze gedachte sloot aan bij wat in het gesprek naar voren kwam over identiteit en oordelen. In een gebied waar niemand kan claimen er altijd al geweest te zijn, ontstaat een andere kijk op wie ergens thuishoort. En misschien geldt dat voor Castricum - met al zijn golven van Amsterdammers en anderen die er door de jaren heen zijn neergestreken - ook wel.

Dit verslag is opgesteld volgens de socratische dialoogmethode, waarbij via concrete ervaringen gezamenlijk naar algemene wijsheid wordt gezocht. Alle namen zijn verwijderd om de anonimiteit te waarborgen.