Verslag Socratische Dialoog
Datum: 23 januari 2026
Locatie: Raadzaal, Castricum
Methode: Socratische Dialoog (zandlopermodel)
Inleiding
Deze bijeenkomst was onderdeel van een reeks socratische dialogen georganiseerd door Dialoog Weet Raad. De verzamelde wijsheid uit deze dialogen zal worden gepresenteerd aan de nieuwe gemeenteraad na de verkiezingen. Op 14 maart vindt een bijeenkomst plaats waar alle deelnemers de verzamelde inzichten vertalen naar concrete gedragingen en gewoontes voor het goede leven in Castricum.
De methode van vandaag volgde het zandlopermodel: van een brede, algemene vraag naar een heel specifiek moment in een concrete ervaring, om vervolgens weer te verbreden naar algemene wijsheden.
De vragen
De deelnemers formuleerden de volgende vragen:
- Wat is wijsheid?
- Wat doe ik met mijn tijd?
- Welke plaats verdienen emoties in de professionele omgeving?
- Hoe zien we de gezondheidszorg in Castricum?
- Mag ik voordringen?
- Wat is de rol van filosofie binnen democratische besluitvorming?
- Wat is belangrijk om een gesprek te voeren bij gevoelige onderwerpen?
- Hoe blijf je in balans?
- Ervaar je verschil tussen geluk en tevredenheid?
- Waarom staat eigen belang op gespannen voet met algemeen belang?
Gekozen vraag
Wat is goede tijdsbesteding?
Deze vraag kwam voort uit “Wat doe ik met mijn tijd?” en werd gekozen omdat veel deelnemers zich hierin herkenden. De vraag werd hergeformuleerd naar een algemenere vorm om gezamenlijk onderzoek mogelijk te maken.
Gedeelde ervaringen
Ervaring 1: Bollen planten
Iemand had al weken achterstallige bloembollen liggen die in de grond moesten. Het uitstelgedrag leidde tot een gevoel van dwang toen ze uiteindelijk besloot: “En nu gaan ze in de grond.” Het afstrepen van de to-do lijst gaf tevredenheid, ondanks dat de bollen al waren uitgelopen.
Ervaring 2: Keuzestress en apathie
Een deelnemer beschreef hoe het hebben van veel vrije tijd en honderd mogelijke activiteiten leidde tot keuzestress. De vraag “wat zal ik eens doen?” mondde uit in apathie en onvermogen bij het zoeken naar zinvolle, goede tijdsbesteding.
Ervaring 3: Het bomenproject (gekozen casus)
Een deelnemer werkt als vrijwilliger bij een bomenproject in Bakkum, waar inheemse bomen en struiken worden geoogst en herplant. Op een winterochtend had de groep een succesvolle oogst gehad op een locatie ver van Castricum. Op de terugweg reden vier of vijf auto’s in een colonne terug naar Bakkum.
In de auto zei een collega iets in de trant van: “Wat doen we toch fantastisch werk, we zijn de wereld aan het redden.” Dit was de trigger voor twijfel. De deelnemer rijdt normaal bewust geen auto en zat nu voor de zoveelste keer in een treintje auto’s. Ze uitte haar twijfel over de tegenstelling: het goede doen met bomen planten versus de vervuiling van het autorijden.
De reactie van de collega was dat dit “een negatieve manier van denken” was. Dit voelde als een aanval en leidde tot een gevoel van verwijdering. In haar hoofd ontstond een dualiteit tussen “de ander en ik,” waarbij ze de ander wegzette als iemand die zichzelf op de borst klopt zonder bewustzijn van het totale plaatje.
Door reflectie kwam de deelnemer erachter dat haar eigen motivatie voor het bomenwerk niet primair activistisch was, maar persoonlijk: ze vindt het fijn om buiten te werken en wilde kennis over bomen en struiken opdoen. Het sociale aspect en de activiteit zelf wegen zwaarder dan het ideologische doel.
De kern van haar ongemak bleek te liggen bij wat zij ervaart als hypocrisie: mensen die denken iets goeds te doen, maar niet onder ogen willen zien dat ze ook iets slechts doen. Het uiten van de deugd ondermijnt soms de deugd zelf.
Het kernmoment
Het prangendste moment werd geïdentificeerd als: “Toen ik mijn twijfel uitte.”
Dit was het moment waarop de deelnemer haar dilemma deelde met de groep in de auto, getriggerd door de colonne auto’s en de opmerking over “de wereld redden.”
Individuele uitspraken bij het kernmoment
Elke deelnemer verplaatste zich in de situatie en vulde de zinnen in: “Toen ik mijn twijfel uitte, dacht ik… omdat… Voelde ik… omdat… Wilde of deed ik… omdat…”
Deelnemer 1:
- Dacht ik: Waar ben ik mee bezig, omdat we met een colonne auto’s waren.
- Voelde ik: Twijfel, omdat de tegenstelling was tussen het goeddoen van de bomen en het minder goeddoen van de auto’s.
- Wilde ik: Het bespreekbaar maken ten opzichte van de anderen, of die het ook zo voelden. Het liefst had ik op de fiets gegaan met aanhangwagentjes. Omdat ik misschien probeerde de ogen te openen van anderen, of misschien wel omdat anderen ook zo dachten, hoopte ik.
Deelnemer 2:
- Dacht ik: Draagt deze activiteit wel bij aan het redden van de wereld, omdat ik zoveel vervuiling opmerkte door ons handelen.
- Voelde ik: Onzeker, omdat ik de vervuiling naast het bomenplanten moest zetten.
- Wilde ik: Mijn twijfel uitspreken.
Deelnemer 3:
- Dacht ik: Het uiten van deugd ondermijnt de deugd zelf, omdat iemand arrogant was. Als ik mezelf daar zet: ik vind het gewoon stom dat je nu zegt dat jij het goed doet.
- Voelde ik: Afgaan, omdat ik dat niet passend vind bij onbaatzuchtig werk.
- Wilde ik: Mijn eigen drijfveren helder maken en heroverwegen of ik dit wel moet doen, omdat ik twijfel aan de deugd van mijn eigen deelname.
Deelnemer 4:
- Dacht ik: Aan discussies die ik vaak over dit onderwerp heb gevoerd. En kom ik tot de gedachte dat voor mij intentie en mogelijke kruisbestuiving van deze intentie hoger weegt dan een kosten-batenafweging in dit soort situaties.
- Voelde ik: Begrip voor het antwoord toen iemand negatief reageerde.
- Wilde ik: Dat gaan uitleggen, en eigenlijk misschien wel de emoties van de anderen relativeren.
Deelnemer 5:
- Dacht ik: Wellicht herkennen anderen dat ook, omdat het een herkenbaar dilemma is. Het speelt bij alles wat je doet: er is altijd een tweekant.
- Voelde ik: Oeh, best spannend. Ik voelde het in de lucht opeens, omdat hij zo negatief reageerde en niet herkende wat ik zei. Het oordeel zat erop. Misschien het idee dat je ongelijk gesteld was.
- Wilde ik: Graag met de groep erover in gesprek, gewoon delen, omdat ik deze mensen aardig vind en mij betrokken voel.
Deelnemer 6:
- Dacht ik: Het doel was die bomen halen. Dat moest met de auto, praktisch, dat kan niet anders.
- Voelde ik: Dat kan niet anders.
- Wilde ik: Bespreken dat je meer aanhangers kunt huren, van tevoren, zodat je van dat dilemma afkomt. Het is een praktische zaak om op te lossen.
De casushouder zelf:
- Dacht ik: Dat mensen zich hypocriet gedragen, omdat we onszelf voor de gek houden.
- Voelde ik: Eenzaam, een gebrek aan verbinding, omdat ik het idee heb alleen te staan in mijn overtuiging en ideeën.
- Wilde of deed ik: Niets, omdat ik niet wist wat ik zou kunnen doen op dat moment.
Algemene regels
Op basis van de gedeelde ervaringen en inzichten formuleerden de deelnemers de volgende regels:
- Als je een keuze maakt voor een goede tijdsbesteding, is een bepaalde mate van hypocrisie onvermijdelijk.
- Als ik blij ben van wat ik doe, dan is dat allicht genoeg.
- Als ik handel, dan weet ik waarom.
- Als ik mijn tijd goed wil besteden, dan moet ik mijn eigen interesses volgen.
- Als ik af en toe pauzes inbouw, dan kan ik beter nadenken over wat voor mij belangrijk is.
- Samen praten aan wat goed is om het leven mooi te maken.
- Als er drie mensen zeggen dat het prima is, dan moet je dat negatieve gevoel maar loslaten.
- Als ik mijn tijd goed wil besteden, liggen daar allerlei afwegingen aan ten grondslag.
- Als ik iets doe waar ik blij van word, is het goed.
- Als ik iets onderneem, dan onderzoek ik de deugd ervan en mijn drijfveren.
Belangrijke aanvullende regel
Als ik twijfel over de redenen waarom we iets doen, dan maak ik dat bespreekbaar.
Deze regel werd extra benadrukt omdat hij niet alleen over jezelf gaat, maar over de groep én over moed.
Tegeltjeswijsheden
Aan het einde van de dialoog formuleerden deelnemers korte, krachtige slogans die de essentie van het gesprek vatten:
- Maak het leven mooi.
- Doe goed en kijk niet om.
- Elke seconde bestaat maar één keer.
- Al is de waarheid ambigu, heb je mooie waarde in handen nu.
- Dat je er bent is genoeg.
- Zorg dat de tijd de goede kant opvliegt.
- Luister naar jezelf en elkaar.
- Bewaar de vraag “waarom” voor de dierbare vriend, vriendin, jezelf.
Reflectie op het gesprek
Deelnemers waardeerden de ruimte voor verschillende zienswijzen die elkaar niet uitsloten maar wel tegenovergesteld leken. Het denkproces van samen naar één punt werken en dan weer uit elkaar gaan werd als inspirerend en creatief ervaren.
Een bijzonder inzicht was hoe perspectief kan veranderen: wanneer je loskomt van je eigen positie, kan de reactie van de ander die je als negatief zag ook positief worden geïnterpreteerd.