Dialoog: Hoe komen mensen aan hun drijfveren?
Socratisch Design dialoog — Castricum, 6 februari 2026
Samenvatting
In deze dialoog werd onderzocht hoe mensen aan hun drijfveren komen. Via het onderzoeken van vooronderstellingen in de vraag kwam de groep tot het inzicht dat drijfveren uit meerdere bronnen kunnen voortkomen — waaronder overlevingsdrang, liefde en angst — en dat deze bronnen zowel naast elkaar kunnen bestaan als met elkaar verweven kunnen zijn. Een belangrijk inzicht was dat drijfveren niet alleen positief van aard hoeven te zijn, maar ook kunnen voortkomen uit angst of onbewuste behoeften. Het bewust worden van de bron achter een drijfveer — is het liefde of is het angst? — kan ertoe leiden dat iemand keuzes in het leven wil herzien, of juist met meer begrip doorgaat op de ingeslagen weg. Die bewustwording zelf werd al als waardevol ervaren.
Filosofische vragen
De volgende filosofische vragen werden ingebracht:
- Wat maakt kunst belangrijk voor mensen?
- Wat is democratie?
- Wat moet er gebeuren om solidariteit aan te wakkeren?
- Waarom hebben we zo snel een vooroordeel?
- Hoe kunnen we in een wereld vol afleiding verbinding blijven vinden?
- Hoe komen mensen aan hun drijfveren?
Meerdere deelnemers voelden zich aangesproken door de vraag over drijfveren, omdat het raakt aan iets essentieels van elk mens. Het weten van je drijfveren maakt het makkelijker om keuzes te maken en te begrijpen bij wie je hoort. Eén deelnemer was nieuwsgierig naar wat kunst voor mensen belangrijk maakt, en een ander benadrukte het belang van solidariteit als drijvende kracht achter democratie en verbinding.
De vraag die we behandelen is: Hoe komen mensen aan hun drijfveren?
Methoden
De groep koos ervoor om te beginnen met het onderzoeken van de vooronderstellingen in de hoofdvraag. De volgende vooronderstellingen werden geïdentificeerd:
- Drijfveren bestaan.
- Drijfveren zijn nodig.
- Er zijn mensen (die drijfveren kunnen hebben).
- Dat je op een of andere manier aan drijfveren moet “komen” — of dat mensen ze al hebben.
- Dat er verschillende manieren zijn om aan drijfveren te komen.
- Dat mensen eigen, individuele drijfveren hebben (in plaats van collectieve).
Vanuit deze vooronderstellingen werd de dialoog gevoerd, waarbij ook elementen van casussen en subvragen op natuurlijke wijze in het gesprek naar voren kwamen.
Dialoog
Vooronderstelling: Drijfveren bestaan
De dialoog begon met het onderzoeken van de meest fundamentele vooronderstelling: bestaan drijfveren eigenlijk wel?
Het eerste wat naar voren werd gebracht, was het gevoel dat drijfveren sterk verbonden zijn met de opvoeding. Het nest waarin iemand opgroeit vormt een basis, en van daaruit ontwikkelt een mens zich verder — gedreven door nieuwsgierigheid en motivatie. Vanuit die ervaring werd bevestigd: ja, drijfveren bestaan.
Daar werd aan toegevoegd dat drijfveren voelbaar zijn. Als iemand iets leest of hoort dat raakt, ontstaat er een lichamelijk gevoel — een reactie in de buik — dat aanzet tot handelen. Dat fysieke gevoel werd gezien als een verwijzing naar een onderliggende drijfveer. Niet bij elk onderwerp ontstaat dat gevoel, wat erop wijst dat bepaalde thema’s meer raken aan persoonlijke drijfveren dan andere.
Een andere insteek was dat mensen in vergelijkbare situaties verschillende keuzes maken. Het feit dat mensen niet allemaal hetzelfde doen in dezelfde omstandigheden, werd gezien als bewijs dat er iets is — drijfveren — dat die keuzes stuurt.
Vervolgens werd de vraag opgeworpen of het denken niet te veel vanuit het hoofd gebeurt, en of het buikgevoel misschien het hoofd aanstuurt in plaats van andersom. Dat zou betekenen dat drijfveren eerder gevoeld dan beredeneerd worden.
Na een samenvatting van deze bijdragen — drijfveren komen uit de opvoeding, ze zijn lichamelijk voelbaar, ze verklaren waarom mensen verschillende keuzes maken, en mogelijk stuurt het gevoel het denken aan — werd de kanttekening geplaatst dat wat “drijfveren” wordt genoemd ook met andere woorden aangeduid zou kunnen worden: waarden, overtuigingen, of een moreel kader. De vraag rees of het verschil in benaming iets wezenlijks verandert. Het werd ervaren als deels een woordkwestie, maar toch nuttig om verder te onderzoeken.
Vooronderstelling: Er zijn verschillende manieren om aan drijfveren te komen
Vervolgens werd de vooronderstelling onderzocht dat er verschillende manieren zijn om aan drijfveren te komen. De gedachte werd ingebracht dat onder waarden en normen altijd behoeften liggen. Het voorbeeld van vrijheid werd gegeven: de waarde “vrijheid” kan voortkomen uit de behoefte om het leven naar eigen inzicht in te richten, maar net zo goed uit de angst om honger te lijden of pijn te ervaren. Vrijheid als positief verlangen en vrijheid als het vrij willen zijn van ellende — dezelfde waarde, maar verschillende bronnen eronder: behoefte en angst.
Dit opende een nieuw perspectief: drijfveren hoeven niet per se positief te zijn. Aanvankelijk werd er vooral gedacht aan drijfveren als iets dat energie geeft — de reden om ’s ochtends uit bed te komen, het plezier in werk. Maar drijfveren kunnen net zo goed voortkomen uit penibele of bedreigende situaties, waarin de eigen veiligheid in het geding is. In het uiterste geval is er de drijfveer om te willen blijven leven.
Toen werd een krachtige stelling ingebracht: alles wat mensen doen wordt bepaald door óf liefde óf angst. Het gaat erom of je ergens naartoe wilt, of ergens vanaf — of je iets zoekt of iets vermijdt. Liefde als nieuw woord in het gesprek riep de vraag op of werkelijk alles tot die twee begrippen te herleiden is. Er werd opgemerkt dat er mogelijk drie bronnen zijn in plaats van twee: liefde, behoefte én angst. Want liefde en behoefte lijken op elkaar — beide hebben een aantrekkingskracht, een richting ergens naartoe — maar ze zijn niet hetzelfde. Liefde voelt meer als iets open, iets wat je zou wensen; behoefte is noodzakelijk, zonder dat kun je niet verder. Toch werd ook het begrip onbaatzuchtige liefde ingebracht — liefde zonder er iets voor terug te krijgen — wat de associatie opriep met solidariteit: iets doen voor een ander zonder eigenbelang. Uiteindelijk werd vastgesteld dat liefde en angst op zijn minst twee fundamentele manieren zijn waarop drijfveren ontstaan.
Er werd een poging gedaan om deze begrippen samen te brengen. Behoefte werd gekoppeld aan overlevingsdrang — het herhalende patroon van eten, drinken, beschutting zoeken, de basale noden die nodig zijn om te overleven. Liefde en angst werden daarentegen gezien als de krachten die kleur geven aan het leven, die verder gaan dan puur overleven. Er werd een onderscheid gemaakt: de boterham eten is nood, dat zit gewoon in de mens. Maar de manier waarop iemand het leven wil inrichten, de keuzes die verder gaan dan overleven — die worden gedreven door liefde en angst. De samenvattende formulering was: liefde en angst brengen de kleur aan het leven; nood is slechts het herhalende patroon van overleven.
Vervolgens werd vanuit een ander perspectief gesuggereerd dat behoefte ook uit angst kan voortkomen — de angst iets niet te hebben, iets te verliezen of te moeten vermijden. Zo bezien keert alles toch weer terug naar twee fundamenten: liefde en angst. Maar niet iedereen deelde die conclusie.
Dit riep een tegenvraag op. Als overlevingsdrang de basis is, en daaronder ook het verlangen naar verbondenheid, gezien worden en beschutting valt — zijn dat dan niet óók vormen van overlevingsdrang? De angst om beschutting te verliezen kan een drijfveer zijn om de straat op te gaan en te protesteren tegen de woningnood. Zo bezien zou overlevingsdrang de enige bron kunnen zijn waaruit drijfveren voortkomen, die zich vervolgens opsplitst in duizend verschillende uitingen.
Dat zou betekenen dat de vooronderstelling — er zijn verschillende manieren om aan drijfveren te komen — niet klopt. Er is er misschien maar één: overlevingsdrang.
De verhouding tussen liefde en overlevingsdrang
Hier ontstond een wezenlijk meningsverschil. De stelling dat alles overlevingsdrang is, ging sommigen te ver. Het voorbeeld werd gegeven van iemand die zijn hond in het kanaal ziet vallen en er zonder nadenken achteraan springt. Het hondje wordt gered, maar de persoon brengt zichzelf in levensgevaar — uit liefde. Hoe past dat binnen een kader van pure overlevingsdrang?
De reactie was dat liefde mogelijk wél voortkomt uit overlevingsdrang: mensen hebben elkaar nodig, en liefde geven is gunstig voor het voortbestaan van de soort. Vanuit evolutionair perspectief is liefde dan een strategie ten dienste van het collectieve overleven.
De vraag werd gesteld of het belangrijk is om dit tot op de bodem uit te zoeken — of beide ideeën niet naast elkaar kunnen bestaan, als een soort kwantumtoestand waarin twee staten tegelijkertijd waar zijn. Misschien is overlevingsdrang de enige bron, of misschien bestaan overlevingsdrang en liefde als onafhankelijke bronnen naast elkaar.
Er werd een uitgebreide samenvatting gegeven van het pad dat de groep tot dan toe had bewandeld: vanuit het lichamelijke gevoel, via basisbegrippen als liefde en angst, naar de nood als herhalend overlevingsmechanisme, en de vraag of liefde daaruit voortkomt of er los van staat. De observatie was dat het gesprek steeds terugkeerde naar woorden en begrippen — het was een kwestie van hoe de concepten zich tot elkaar verhouden, en dat raakte niet iedereen op dezelfde manier.
Van bronnen naar manieren: een verschuiving in de vraag
Op dat moment werd een belangrijk onderscheid aangebracht. Tot dan toe had het gesprek zich gericht op de bronnen van drijfveren — overlevingsdrang, liefde, angst. Maar de oorspronkelijke vraag was: hoe komen mensen aan hun drijfveren? Dat is een meer praktische vraag. Welke bronnen er zijn is interessant, maar het geeft nog geen antwoord op de vraag hoe iemand kan ontdekken wat de eigen drijfveren zijn.
Hierop werd gereageerd dat het onderzoeken van de bronnen juist wél zinvol is voor het beantwoorden van de praktische vraag. Veel drijfveren zijn onbewust. Als iemand zich afvraagt “wat drijft mij?”, is de neiging om te kijken naar waar men op afgaat — de positieve motivaties. Maar als ook angst als bron is benoemd, opent dat een ander perspectief: waar ga ik juist niet op af? Wat vermijd ik? Daar kunnen onbewuste drijfveren aan het licht komen.
Een casus: drijfveren in de politiek
Dit werd concreet gemaakt met een persoonlijk voorbeeld. Iemand die al jaren actief is in de lokale politiek, vroeg zich hardop af: waarom doe ik dit eigenlijk? De voor de hand liggende drijfveer is het verlangen de wereld een beetje beter te maken. Maar misschien zit daar ook een behoefte onder om gezien te worden, om belangrijk te zijn, om mee te mogen praten. Op het moment dat die tweede, minder voor de hand liggende drijfveer zichtbaar wordt, ontstaat er keuzevrijheid: doorgaan met hetzelfde, maar dan zonder de illusie dat het puur om de goede zaak gaat — of iets anders gaan doen.
De reactie hierop was warm: beide drijfveren mogen naast elkaar bestaan. Het is goed om je bewust te zijn van wat er speelt, maar trots mag er ook zijn. De inzet voor de gemeenschap is waardevol, ook als er persoonlijke behoeften meespelen.
Terugkeer naar de hoofdvraag
Aan het eind van de dialoog werd teruggekeerd naar de hoofdvraag: hoe komen mensen aan hun drijfveren? De groep had onderzocht welke bronnen er zijn — overlevingsdrang, liefde, angst, behoefte — en was tot het inzicht gekomen dat er meerdere bronnen bestaan, die mogelijk met elkaar verweven zijn. Een belangrijk inzicht was dat drijfveren ook onbewust kunnen zijn, en dat het onderzoeken van de bron (is het liefde of angst?) kan helpen om die onbewuste drijfveren zichtbaar te maken.
De vraag die iedereen meekreeg was in essentie: waarom doe ik wat ik doe? Kan alles verklaard worden uit liefde, of zijn er ook andere bronnen — angst, behoefte aan erkenning — die aanzetten tot actie? En als dat zo is, is dat dan reden om iets te veranderen, of mogen die bronnen naast elkaar bestaan?
Het bewust worden van de eigen drijfveren — zelfs zonder er iets aan te veranderen — werd al als waardevol ervaren. Zoals de filosofie achter Socratisch Design leert: het onderzoeken van waarom je denkt wat je denkt en doet wat je doet, geeft de vrijheid om ook anders te kiezen. Of om met meer begrip door te gaan op de ingeslagen weg.
Over Innovatieve Democratie
Innovatieve democratie is een filosofie en een methode. Het wordt toegepast op maatschappelijke vraagstukken waar vernieuwing van denken en doen wenselijk is en voor menselijk begrip in groepen. Met de methode analyseren we het narratief waarin we leven en hoe en waarom we deze internaliseren en blijven voortzetten, zelfs als de verhalen waarbij we leven blokkerend zijn voor een goed menselijk bestaan. Innovatieve democratie creëert bewustwording van overtuigingen over onszelf, onze cultuur en leert ons echt te luisteren. Hierdoor kunnen we fundamenteel anders denken over onszelf en uitdagingen waar we voor staan, zoals de bronnen van menselijke motivatie en de rol van bewuste en onbewuste drijfveren in hoe we ons leven en onze gemeenschap vormgeven.